De Witte Fiets

Gastvrijheid in de grote stad

Fietsen dreigen de binnenstad te verstoppen. Volle stoepen en pleinen zorgen voor irritatie bij bewoners, bezoekers en bestuurders. Wat te doen om deze chaos het hoofd te bieden? Het witte fietsenplan uit de jaren zestig is uitgegroeid tot een volwaardig, individueel openbaar vervoer systeem. Een must-have voor bezoekers en inwoners met een ‘ketenbestemming’. Door een combinatie van moderne technieken zorgt het witte fietsenplan voor een schonere stad en meer mobiliteit.

Wat onderstaande bewoners of bezoekers in Amsterdam gemeen hebben, is dat ze:

  • geen fiets hebben of hun eigen fiets thuis willen laten;
  • verschillende locaties bezoeken en niet op dezelfde plek eindigen als waar ze zijn begonnen.

1. Toeristen: van museum naar museum

Chris en Christina uit Kopenhagen zijn met een stel vrienden in Amsterdam. Nadat ze een tijdje in het Stedelijk zijn geweest, lopen ze naar het Museumplein om in het zonnetje koffie te drinken. Daarna  ontsluiten ze opnieuw een fiets en gaan ze op weg naar de Hermitage. Onderweg wijzen bruine toeristenbordjes de kortste route, maar omdat ze de weg al een beetje kennen in Amsterdam, kiezen ze hun eigen route. Die vrijheid bevalt ze goed.. Thuis hebben zij hun eigen fiets, maar in Nederland zijn zij afhankelijk van openbaar vervoer. Zij hebben een serie museumbezoeken gepland. Bij het hotel kopen ze een ov chipkaart op vertoon van hun paspoort. Met die kaart kunnen ze gebruik maken van metro, tram, bus en…. witte fiets. Honderd meter van hun hotel staat een rek. Door ‘in te checken’,  klikt het slot open en begeven ze zich naar hun eerste stop: het Stedelijk Museum. Daar staat ook een rek waar ze hun fietsen kunnen terugzetten. Door uit te checken wordt de gebruikte tijd afgetrokken van hun tegoed.

Voordat ze naar de Hermitage rijden kijken ze met hun smartphone op het balanssysteem. Op hun bestemming blijkt het rek bijna vol te zijn. Gelukkig geeft het balanssysteem het dichtst bijzijnde rek aan waar ze ook kunnen parkeren. Door daar hun fietsen te plaatsen, wordt het saldo op hun kaarten verhoogd in plaats van verlaagd. Tevreden wandelen ze het stukje terug langs de Amstel.

Na afloop van hun bezoek aan de Hermitage staan er fietsen klaar in het volle rek vlak om de hoek. De derde bestemming is het Cobramuseum in Amstelveen.  De route erheen kennen ze niet, maar dat is geen probleem: de tomtom op de fiets wijst ze het groene pad langs de museumspoorlijn. Zonder te verdwalen bereiken ze het Cobramuseum en zetten hun fietsen in het rek.

Piep, zegt de chipkaart. Uitgecheckt, klaar.

Als ze om vier uur naar buiten komen, regent het pijpenstelen. Geen weer om – nota bene zonder regenkleding – terug naar de stad te fietsen. Dit keer pakken ze de bus bij het busstation in Amstelveen en aan het eind van de dag komen Chris en Christina droog en voldaan terug bij hun hotel.

2. Winkelend publiek: van hot naar her door de hele stad

Fetje en Hiltje uit Jubbega komen een dagje shoppen in Amsterdam. Ze hebben de auto bij het station van Heereveen gezet en zijn daarna verder gereisd met de trein; een prima verbinding tussen de twee steden. Op station Amsterdam Centraal stappen ze op tramlijn 1 naar de Bijenkorf. Na anderhalf uur pakken ze op de Dam een witte fiets door in te checken met hun ov-chipkaart. Ze hebben gehoord dat de Beethovenstraat zulke mooie winkels heeft. Ze toetsen de straatnaam in op de tomtom in het scherm van het stuur. Nu kunnen ze direct op pad en hoeven niet op de tram te wachten en onderweg over te stappen, wat veel meer tijd zou kosten.

Bij de Beethovenstraat zetten ze hun fietsen naast vijf andere exemplaren in het rek op de kruising met de Churchilllaan. De Beethovenstraat is inderdaad de moeite waard. Na winkel in, winkel uit pakken ze op dezelfde plek weer een fiets. Wellicht is het niet dezelfde fiets als net; die kan nu immers door iemand anders in gebruik zijn. Maar dat geeft niet; de fietsen zijn allen eender en de chipkaart maakt geen onderscheid.

De dames toetsen ‘halte Multplein’ in op de tomtom. Daar aangekomen, zetten ze hun fiets in het witte fietsenrek en vervolgens wandelen ze op hun gemak de hele Kalverstraat door, blij dat ze niet een fiets aan hun arm mee hoeven te zeulen.  Zo komen ze weer terug bij het Centraal Station en halen op tijd de intercity terug richting Leeuwarden. ‘Nog wat leuks gekocht?’ vragen hun puberdochters als hun moeders thuiskomen.

3. Autorijdende zakenlui: efficiënt en relaxed.

Klaas komt uit Halsteren en heeft afspraken bij verschillende uitgevers in de stad. Met zijn auto rijdt hij via de A10 naar de grote parkeerplaats bij de Lelylaan, net buiten de ring. Parkeren kost hier slechts € 1 per dag terwijl hij in de binnenstad € 4 per uur betaalt. De vorige keer dat hij met de auto het centrum in ging, moest hij zich rot zoeken naar een parkeerplaats en betaalde zich vervolgens blauw. Bovendien had hij vastgestaan in het verkeer en kwam te laat op de plek waar hij wezen moest.  Op de Lelylaan staat witte fietsen klaar voor gebruik.

Als hij een fiets uit het rek wil halen, klinkt echter een signaal als teken dat er niet genoeg saldo op zijn chipkaart staat. Bij de paal naast het rek hoogt hij zijn saldo op en nu lukt het wel om de fiets van het slot te halen.

Niet ver bij de eerste uitgever vandaan parkeert hij de fiets en checkt uit. Een half uur later checkt hij weer in. Zo gaat hij van uitgever naar uitgever. Als hij al zijn bezoeken heeft afgelegd, fietst hij terug naar de Lelylaan en checkt weer uit, nu voor het laatst. De kosten voor de fietsritjes hebben niet opgewogen tegen de benzine- en parkeerkosten. En de stress van het mogelijk te laat komen is hem bovendien bespaard gebleven.

4. Stappers: eten, dansen en drinken, en veilig thuiskomen

Marcel en Ben zijn vrienden. De een woont in Uithoorn, de ander in de Bijlmer. Het zijn enthousiaste stappers en kennen Amsterdam op hun duimpje. Ze hebben zo hun favoriete kroegen maar die liggen niet naast elkaar. Als ze uitgaan, willen ze kunnen drinken dus de auto laten ze liever thuis. De eigen fiets nemen is ook geen optie: Uithoorn is te ver, de Gaasperplas ook. Ben zou zijn fiets wel mee kunnen nemen in de metro, maar die is vaak vol en dat geeft scheve gezichten. Bovendien zit Marcel, die geen fiets mee kan nemen in de bus, dan zonder vervoer. Gelukkig is er het Witte-Fietsenplan.

Ze treffen elkaar op station Zuid waar ze met respectievelijk de bus en de metro naar toe zijn gekomen. Daar pakken ze een witte fiets en kachelen door het Vondelpark naar de stad. Meestal gaan ze eerst een vorkje prikken bij Waggamamma nadat ze hun fiets hebben geparkeerd in de ondergrondse fietsgarage op het Leidseplein. Na het eten checken ze weer in en fietsen naar een kroeg in de Utrechtsestraat. Hun fietsen laten ze achter voor een volgende gebruiker. Om 11 uur s’avonds pakken ze opnieuw een rijwiel uit een rek en checken even later uit op de Nieuwmarkt. Bij Loosje slaan ze onbezorgd het ene pilsje na het andere achterover. Tamelijk aangeschoten fietsen ze om 3 uur ‘s nachts naar het Leidseplein waar ze de fietsen veilig achterlaten. Vandaar nemen ze ieder de nachtbus naar huis, Marcel naar Uithoorn, Ben naar de Bijlmer.

Wie hebben er baat bij het Witte-Fietsenplan?

 Bezoekers en inwoners:

  • Overal een fiets op loopafstand in de binnenstad.
  • Niet hoeven wachten op tram op bus.
  • De auto aan de rand van stad achter kunnen laten.
  • Doorgaande reis naar een bestemming, overstappen niet aan de orde.
  • Individuele vrijheid door bepalen eigen route.
  • Nooit meer verdwalen dankzij de ingebouwde tomtom.
  • Fiets alleen in gebruik tijdens de rit zelf, verder geen omkijken meer naar.
  • Vrijwel kostenloos fietsen door keuze van parkeerrek (balanssysteem)
  • Nooit een lekke band, altijd ergens een plek om je fiets te stallen.
  • Fiets nooit gestolen of verwijderd.

(Culturele) ondernemers

Niet alleen de gebruikers van de witte fietsen zijn blij. De museumdirecteur kijkt tevreden uit het raam: daar gaat weer een witte fiets met cultuurreclame. De poster met een foto van een schilderij zit zodanigin de wielen gemonteerd dat het stil hangt tijdens het fietsen en dus goed in het oog springt. Voor deze reclame betaalt het museum een vast bedrag aan de exploitant van het witte fietsenplan. Ook andere ondernemers staan te trappelen om meer exposure te krijgen door middel van deze rondrijdende reclame. Bovendien is het witte fietsenplan een reclame voor de stad als geheel: Amsterdam is nog leuker dan je al dacht!

Exploitant en werknemers

De exploitant van het witte fietsenplan is blij met een succesvolle onderneming die een goede boterham oplevert. Net als de abri’s, in beheer bij JCDecaux, worden de fietsen en de -rekken goed onderhouden waardoor verloedering geen kans krijgt. De werknemer bij het witte fietsenplan is blij met zijn/haar baan.

De bewoners van het centrum van Amsterdam halen opgelucht adem want zij hebben minder last van vervuilende auto’s: gemotoriseerde bezoekers kunnen hun auto buiten de Ring van Amsterdam laten staan en rijden op een schone fiets door de stad.

Bestuurders

De bestuurders van de stad worden geroemd en geprezen, want:

  • Er is weer ruimte op stoepen, bruggen en pleinen.
  • Door een ruime aanwezigheid van witte fietsen kunnen verweesde en fout geparkeerde fietsen snel worden verwijderd.
  • De stad is beter toegankelijk – en daardoor nog aantrekkelijker – voor verschillende soorten bezoekers.
  • Er passen meer fietsen in een rek, wat ruimte bespaart op plekken waar veel bezoekers hun fiets willen stallen.
  • De witte fietsenrekken nemen minder ruimte in; dat bespaart kosten bij de bouw van ondergrondse parkeergelegenheid: niet 7.000 maar 3.500 euro per fiets.
  • Op plaatsen met een tekort aan stallingsplaatsen zoals Leidseplein zijn de witte rekken extra efficient: door het regelmatig wisselen van gebruiker, neemt het totaal aantal aanwezige fietsen af.
  • De aanschaf en het onderhoud van de witte fietsen komt geheel voor rekening van ondernemers en drukt niet op de gemeentebegroting.

Witte-Fietsenplannen worden al in tweehonderd grote steden in de wereld toegepast. Bijvoorbeeld in Londen en Parijs, waar tot voor kort de fiets geen gangbaar vervoersmiddel was. Maar ook Kopenhagen, net als Amsterdam tradioneel een rijwielstad, heeft witte fietsen waar bezoekers en bewoners dankbaar gebruik van maken.

 

DEEL DE WITTE STAD